Een goede ib’er maakt zichzelf overbodig

Impressie van een workshop door Henk Hendriks en Ad Hermans

 -  Claudia Smit  -  Overig

Niet alle taken en rollen die intern begeleiders op zich nemen, horen ook werkelijk op hun bordje thuis. Als leerkrachten vakbekwamer worden en taken en functies op een andere manier worden gebundeld, kan de ib’er zich richten op zijn kerntaken. Het coachen van leerkrachten bijvoorbeeld. Daarbij moet de ib’er ook bij zichzelf te rade gaan: ben ik wel de juiste persoon voor deze functie?

Onlangs gaven B&T-directeur Henk Hendriks en interim-ib’er Ad Hermans een workshop over intern begeleiders. De workshoptitel – ‘Een goede ib’er maakt zichzelf overbodig’ – had blijkbaar velen geprikkeld; de zaal in Lunteren zat vol ib’ers en andere belangstellenden.

Manusje-van-alles

In het begin van de workshop vraagt workshopleider Henk Hendriks hun aan te geven welke taken zij als intern begeleider nu vervullen en welke zij zouden willen vervullen over een paar jaar. De meeste intern begeleiders blijken manusjes-van-alles te zijn; ze houden de leerlingenresultaten bij, coachen leraren, begeleiden zorgleerlingen, handelen administratief werk rond zorgleerlingen af, zijn contactpersoon voor allerlei externe instanties, verlenen hand- en spandiensten aan directeur en teamleden, inspireren leerkrachten en nog zo het een en ander. Volgens Hendriks gaat in het algemeen veertig tot zestig procent van de tijd op aan administratieve klussen, ongeveer twintig procent aan externe contacten en twintig à dertig procent aan leerkrachten.

Bezieling

“Om een betere balans te krijgen moeten we zorgen voor meer inspiratie”, zegt Hendriks. Hij pleit voor een omslag van SMART naar CHI, van resultaatgericht naar procesgericht. Zoals SMART (slim) staat voor meetbare en haalbare doelen, zo staat CHI (energie) voor Concreet, Herkenbaar en Inspirerend. “Geloven we in wat we doen? Met passend onderwijs en opbrengstgericht werken kijken we naar wat er moet gebeuren en hoe, maar het gaat ook om bezieling. Kijken we echt naar de leerkracht, naar wat die nodig heeft?”

Voorbeeld

Ad Hermans vertelt hoe hij op een school met leerkrachten werkte aan groepsoverzichten. Met een goed format, een Excelformulier waarmee niets kon misgaan en een overzicht van veel gebruikte woorden en termen voor het invullen daarvan leverden de leerkrachten prima eenduidige en eenvormige groepsoverzichten in. “Op een bijeenkomst vertelde de directeur vervolgens aan de leerkrachten hoe fijn het is dat we deze groepsoverzichten hebben en hij legde uit waarvoor we ze gebruiken. Toen sloeg de stemming om: van ‘we moeten dit doen’ naar ‘wat handig dat we dit doen’.”

Loslaten

“Het gaat erom dat leerkrachten zich ontwikkelen”, vindt Henk Hendriks. “Bij een klassenbezoek moet de focus gericht zijn op de ambities van de leerkracht: wat vindt hij belangrijk, wat wil hij bereiken met zijn groep. Dus niet met een kijkwijzer in de klas gaan zitten, maar met een open blik observeren.” De uitdaging voor de intern begeleider is dan ook ‘loslaten’. “Ib’ers zijn zorgzame mensen”, zegt Hendriks. “Ze pakken veel te snel iets op. Besef dat, maak het bespreekbaar. Maak samen met de directeur en het team keuzes in wat je wel en niet doet.”

Geweten

Een deelnemer in de zaal merkt op: “We willen graag loslaten en leerkrachten gaan coachen. Maar wie doet dan alle andere taken?” Dit is een herkenbaar punt. Ook anderen hebben de ervaring dat een groepsplan, een ontwikkelingsperspectief of een verslag van een 1-zorgroute er niet komt als zij als intern begeleider er niet hard aan trekken of het zelf doen. “We zijn niet het geweten van de school”, zegt een deelnemer, “maar je bent wel geneigd alles op je schouders te nemen.” Ad Hermans reageert: “Je bent wel het geweten van de zorgleerling. De zorgleerling moet in beeld blijven!”

Geschikt?

Henk Hendriks legt uit dat het belangrijk is dat de ib‘er echte belangstelling heeft voor de leerkracht. “Een ib’er die geen contact maakt met het team is niet geschikt. Een belangrijke vraag is daarom: ben ik wel de meest geschikte persoon?” Communicatie is op alle fronten belangrijk, voegt Ad Hermans toe. “Met de directeur moet de ib’er kunnen sparren. Met de ouders moeten de lijnen kort zijn. Het lijken open deuren, maar miscommunicatie is een groot probleem.”

204

 

Bezinning

“We moeten beseffen: het kan ook anders”, zegt Henk Hendriks. “Wil je mensen coachen en begeleiden, dan is het misschien handig om de functies van bouwcoördinator en intern begeleider in elkaar te schuiven. Dan kun je sturen en zorgen dat mensen zich ontwikkelen. Ook kan de directeur zichzelf overbodig maken, als er een goede bouwcoördinator/ib’er zit. Welke functies in elkaar geschoven kunnen worden, hangt samen met de omvang van de school.” Maar wezenlijk is in elk geval de interne motivatie van de ib’er zelf. Hendriks: “Als je de school opnieuw zou vormgeven, zou je jezelf dan aannemen als ib’er? Wil je de beste ib’er zijn of zit je je tijd uit? Waarom wil je de beste zijn? Bezin je op je rol. Ib’er is een containerbegrip. Herdefinieer je functie, en benoem jezelf in een functie die meerwaarde heeft voor de school.”

Meer informatie

De workshop ‘Een goede ib’er maakt zichzelf overbodig’ gaf B&T-directeur Henk Hendriks samen met Ad Hermans tijdens de driedaagse studieconferentie School aan Zet (19-21 maart 2012 in Lunteren). Voor meer informatie neemt u gerust contact op met Henk Hendriks.

Heeft u een vraag? Neem gerust contact met ons op:

Henk Hendriks

directeur B&T werving & selectie bv

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.