International Baccalaureate: niet alleen voor internationale scholen

Uitdagend onderwijs voor de wereld van morgen

 -  Marieke Reuter  -  Overig

Het programma van het International Baccalaureate (IB) wordt in Nederland het meest gebruikt op internationale scholen. Het is niet bij iedereen bekend dat scholen het IB-programma en -diploma kunnen aanbieden in het Nederlands, binnen het Nederlandse curriculum. Lisette Rinke de Wit (PO), die scholen als extern begeleider hierbij ondersteunt, en schoolleider Mike Weston (VO) willen daar graag verandering in brengen. Ze vertellen hoe het IB hun scholen heeft veranderd.

In het Nederlandse onderwijs begeleiden B&T-adviseurs scholen tijdens hun zoektocht naar een nieuwe inrichting van het onderwijscurriculum. Die vraag komt voort vanuit een behoefte, bijvoorbeeld meer aandacht voor (onderzoeks)vaardigheden, persoonlijke groei en maatwerk-leren, internationalisering en het zijn van een leergemeenschap. Hoe kunnen we de huidige structuren oprekken en meer recht doen aan de leerling?

Internationalisering

B&T wordt regelmatig uitgenodigd bij scholen, besturen, gemeentes en provincies om kennis en ervaring in te zetten bij het vraagstuk van internationalisering in het Nederlandse onderwijs. In 2019 schreven we daar het artikel ‘Internationalisering van het onderwijs’ over.

Een (mogelijke) verbreding van het International Baccalaureate naar het Nederlandse onderwijs is hier een recent voorbeeld van. Het IB is een onderwijsprogramma dat de nadruk legt op holistisch onderwijs aan leerlingen tussen de drie en negentien jaar. Het IB-diploma geeft toegang tot Nederlandse en buitenlandse universiteiten en is vergelijkbaar met een Nederlands diploma. IGVO- en IGBO-scholen (internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs en internationaal georiënteerd basisonderwijs) in Nederland, die allemaal gelinkt zijn aan een Nederlandse school voor basis- of voortgezet onderwijs, bieden veelal dit programma aan. Op deze IGVO- of IGBO-scholen worden de meeste vakken in het Engels gegeven. Leerlingen krijgen daarnaast dagelijks les in een tweede taal (dit kan ook Nederlands zijn).

Het gedachtegoed, het curriculum en de examens van het International Baccalaureate worden beheerd en verspreid door de International Baccalaureate Organisation (IBO). Scholen die het programma willen aanbieden, worden begeleid in een autorisatietraject waarin de filosofie, de didactiek en de skills worden geborgd. Het IB-programma bestaat uit vier onderdelen: het Primary Years Programme (PYP), het Middle Years Programme (MYP), het Diploma Programme (DP) en het Career Programma (CP). Dit zijn op zichzelf staande programma’s, die niet allemaal op één plek aangeboden hoeven te worden.

Uitdaging

Dat ook scholen die geen internationale school zijn het IB-programma kunnen volgen, is nog relatief onbekend. Eén van de mensen die daar verandering in willen brengen, is Lisette Rinke de Wit, die het IB-PYP introduceerde op de openbare basisscholen Het Startpunt en De Springbok in Den Haag: “Ik heb tien jaar in het buitenland gewoond en gewerkt, onder meer in Ethiopië en Zuid-Afrika. Mijn kinderen zaten daar op internationale scholen, waardoor ik het programma als ouder heb leren kennen.”

Toen ze zeventien jaar geleden terugkwam in Nederland, werd Rinke de Wit eerst basisschoollerares: “Het viel me op dat veel kinderen niet geïnteresseerd zijn in school. We bereiden onze kinderen niet goed genoeg voor op de uitdagingen die hen te wachten staan. We leren ze vaak dezelfde dingen als dertig jaar geleden, terwijl de wereld om ons heen zo snel verandert. Social media, klimaatverandering, migratiestromen: waarom dagen we kinderen niet uit om na te denken over hoe we samen een betere wereld kunnen maken?”

Intercultureel begrip

Het IB-programma leent zich volgens Rinke de Wit uitstekend hiervoor. In het mission statement van het IB staat het al: ‘Het Internationaal Baccalaureaat richt zich op het ontwikkelen van onderzoekende, goed geïnformeerde en zorgzame jonge mensen die helpen om een betere en meer vreedzame wereld te creëren door intercultureel begrip en respect.’ Rinke de Wit: “Het IBO vertelt scholen niet hoe de lessen eruit moeten zien, maar geeft hun een raamwerk dat hierbij helpt.”

Om te laten zien dat het een verbluffend effect heeft op álle leerlingen wilde Rinke de Wit eerst het IB naar meer ‘complexe’ wijken brengen. Het is immers een wetenschappelijk doordacht programma dat zich de afgelopen 51 jaar heeft bewezen in 150 landen en op meer dan 5000 scholen. In 2017 werd een start gemaakt met het Primary Years Programme (PYP) op twee basisscholen in Den Haag: obs Het Startpunt in de Schilderswijk en obs De Springbok in het Transvaalkwartier. “De kinderen op deze scholen hebben meer dan zestig verschillende nationaliteiten en hun ouders hebben vaak lage inkomens. Juist op deze scholen is de uitdaging om leerlingen de best mogelijke opleiding te geven, groot.”

Sommige leraren vonden het eerst moeilijk of twijfelden: ze moesten bekende methoden loslaten, terwijl leerlingen tegelijkertijd wel de standaard Cito moesten maken. Het IB heeft de scholen op een gestructureerde manier geholpen in de begeleiding naar een IB-school. Het voorziet een school van een duidelijke ‘gids tot autorisatie’, er is ondersteuning via een online platform en een consultant begeleidt het proces op afstand. Scholen kunnen professionaliseren via korte, intensieve workshops. Rinke de Wit begeleidde de scholen en leraren samen met de (door school) aangestelde coördinator: “Er werd tijd om te veranderen vrijgemaakt, documenten werden vertaald, er werden workshops gegeven: alles om de leraren te ondersteunen bij de omwenteling van ‘leren uit één lesboek’ naar leren uit meerdere bronnen en zelf onderzoeken.”

De eerste resultaten zijn goed en obs Het Startpunt wordt zelfs de eerste door het IB geautoriseerde, Nederlandssprekende International World School: “We zorgen ervoor dat deze kinderen wereldburgers worden. We schrijven echt geschiedenis.”

MYP in de brugklas

Mike Weston is schoolleider op de Internationale School in Groningen, die een campus deelt met het Maartenscollege. Op zijn school krijgen ongeveer tweehonderd leerlingen het Middle Years Programme (MYP) en het Diploma Programme (DP) aangeboden. Op het Maartenscollege kunnen leerlingen ook het IB-programma volgen als onderdeel van een TTO-programma (tweetalig onderwijs), dat lessen aanbiedt in Nederlands en Engels en opleidt voor een havo- of vwo-diploma.

Weston ijvert al tien jaar voor meer bekendheid van het MYP, ook voor Nederlandse scholen. “Onze school is nauw verweven met het Maartenscollege, waar ik ook in de directie zit. We zijn al sinds 2002 bezig met MYP in beide programma’s. Die beslissing was destijds heel logisch: we waren een kleine school en deelden al veel leraren met het Maartenscollege. We hebben de afgelopen jaren veel Nederlandse leerlingen het MYP met succes zien doorlopen. Twee jaar geleden hebben we daarom zelfs besloten om het MYP in alle brugklassen aan te bieden, ook voor de kinderen die geen TTO-keuze hebben gemaakt.”

Komend schooljaar gaat zelfs het hele Maartenscollege op de schop: “We worden een honderd procent tweetalige mavo-, havo- en vwo-school met het MYP-programma in alle brugklassen. Dat maakt ons profiel voor iedereen duidelijk: we bieden nu internationaal onderwijs aan alle Nederlandstalige leerlingen.”

Gemakkelijk

Welke obstakels is Weston de afgelopen jaren bij het gebruik van het MYP tegengekomen? “Je moet er natuurlijk voor zorgen dat je lessentabel wordt aangepast aan de eisen van het MYP en dat je voldoet aan alle eisen van de inspectie. Maar dat is relatief gemakkelijk, zeker in de onderbouw.” Hij vertelt graag hierover aan Nederlandse collega-schoolleiders, maar tot nu toe met wisselend succes. Weston: “Samen met enkele vergelijkbare scholen heb ik al veel presentaties gegeven de afgelopen jaren, binnen het Carmelbestuur waartoe wij behoren, maar ook bijvoorbeeld voor het Nuffic. Zonder uitzondering vinden schoolleiders het fantastisch wat we doen, maar ze zien op tegen de hoeveelheid werk: leraren moeten worden bijgeschoold, bestaande methoden moeten worden losgelaten en scholen moeten het gesprek aangaan met ouders. Dat is jammer, want dan blijven we hangen in, in mijn ogen, ouderwets onderwijs.”

Toegevoegde waarde

Het MYP zorgt ervoor dat schoolleiders, leraren en leerlingen allemaal actiever gaan leren, betoogt Weston: “Onderzoekend leren, de skills daarvoor ontwikkelen, presenteren, dat zit in het hele programma verweven. Dat is juist de toegevoegde waarde van het MYP. Dit programma biedt het onderwijs van de toekomst, waar we volgens mij in Nederland nu naar op zoek zijn. Waarom zouden we het wiel opnieuw uitvinden als het MYP dit al biedt?” De laatste tijd ziet Weston gelukkig wel meer écht geïnteresseerde schoolleiders: “Ik denk dat er nu echt iets gaat veranderen. Ik ben beslist optimistisch.”

Voor meer informatie over de vormen van internationaal onderwijs verwijzen we naar het artikel Internationale scholen Nederland.

Neem voor meer informatie contact op met Marieke Reuter (senior adviseur bij B&T).

Heeft u een vraag? Neem gerust contact met ons op:

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.