Niets doen is geen optie

B&T is expert in de krimpproblematiek

 -  Claudia Smit  -  Krimp

Een ‘sluipmoordenaar’ wordt hij wel genoemd: krimp. Een onafwendbare demografische ontwikkeling die scholen in heel Nederland geleidelijk in de problemen kan brengen. Hans Sandtke, senior adviseur bij Van Beekveld & Terpstra, is expert is op dit gebied. Hij waarschuwt scholen tijdig na te denken over structurele oplossingen. “Als krimp zich in uw regio voordoet, gaat u er hoe dan ook last van krijgen. Het is raadzaam om dat voor te zijn. Daarmee bereidt u zich niet alleen voor op het probleem, maar kunt u ook van onverwachte kansen profiteren.”

Hans Sandtke is vanaf het prille begin bij de krimpproblematiek betrokken. Hij en zijn collega’s begeleidden inmiddels verscheidene trajecten in het PO, VO en mbo overal in Nederland, waaronder in Parkstad-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen. Ons land kent immers vele krimpregio’s: gebieden waarvan vaststaat dat leerlingenaantallen er geleidelijk gaan dalen. Over wanneer dat gaat gebeuren en de omvang van het probleem is al veel bekend, vertelt Hans. “Op veel plaatsen zal de krimp zich binnen nu en vijf jaar manifesteren en de gevolgen zullen het hardst voelbaar zijn tussen 2020 en 2025. Dan zullen de leerlingenaantallen op een deel van de scholen met twintig procent of meer zijn gedaald.”

Onderwijskwaliteit 

Krimp vormt in de eerste plaats een bedreiging voor de kwaliteit van het onderwijs, maar ook de samenleving in bredere zin zal er rechtstreeks onder lijden. Dat is een reëel risico, meent Hans. “Deze ontwikkeling kan namelijk tot een situatie leiden waarin scholen niet meer alle afdelingen kunnen aanbieden en bepaalde beroepsrichtingen uit een regio verdwijnen.”

Als voorbeeld noemt hij de vmbo-scholen met praktijkgerichte afdelingen. “In krimpregio’s krijgen die te maken met afdelingen waar heel weinig leerlingen zitten; en niet alleen in de Sector Techniek. Scholen proberen deze afdelingen nog heel lang in stand te houden, vaak met grote concessies aan de kwaliteit. Uiteindelijk is opheffing dan onontkoombaar.”

Niet alleen het vmbo krijgt overigens met krimp te maken. “We komen ook al tegen dat havo- en vwo-opleidingen in de bovenbouw te weinig leerlingen hebben om alle profielen te kunnen aanbieden. Een kwalijke zaak natuurlijk, want dat betekent dat ze geen volwaardige school meer zijn.”

Tijdige voorbereiding

Veel scholen hebben nu nog geen structureel langetermijnplan voor het opvangen van de krimp, terwijl dat dus wel belangrijk is. Scholen kunnen het zich niet veroorloven om voorlopig achterover te leunen, vindt Hans. Een tijdige voorbereiding is belangrijk. “Realiseer je dat de middelbare scholen leerlingen binnenhalen van twaalf jaar. Als de krimp het sterkst voelbaar wordt – vanaf 2020 – bestaat de leerlingenpopulatie dus uit die kinderen die nu net geboren zijn.” Je kunt het probleem dus nu al zien aankomen.
Bovendien moet je rekening houden met een lange voorbereidingstijd. “Onze ervaring wijst uit dat het zo’n vier jaar duurt voor je concrete stappen kunt zetten vanaf het moment dat je beseft ‘Verrek, we krijgen last van die krimp!’ Weet verder dat het verstandig is om je plan klaar te hebben als de nood nog te overzien is. Dan mag duidelijk zijn dat het voortgezet onderwijs in verscheidene regio’s nu wel in beweging mag komen. Wacht zeker niet tot de krimp zich aandient, want een partij in de problemen heeft een zwakkere positie.”

Kansen 

Met een tijdige en goede voorbereiding op krimp kunnen onderwijsinstellingen niet alleen zorgen dat ze klaar zijn als het probleem zich voordoet, maar ook van een aantal onverwachte kansen profiteren.
In de trajecten die Van Beekveld & Terpstra nu al begeleidt, blijkt keer op keer dat samenwerking de sleutel is tot een flinke kwaliteitsimpuls. “Wat vroeger nooit haalbaar leek, ligt nu voor het grijpen”, vertelt Hans enthousiast. “Men richt eigentijdse opleidingen in, maakt gezamenlijk gebruik van nieuwe gebouwen met de modernste voorzieningen en docenten raken geïnspireerd door de samenwerking met collega’s. Driemaal één blijkt veel meer op te leveren dan drie.”

Traject

Elk traject vraagt om een eigen benadering. Toch zijn er enkele onderdelen die steeds nodig blijken. “Vrijwel overal beginnen we met het in beeld brengen van de regionale problematiek”, vertelt Hans. “Daarvoor beschikken we over een aantal krachtige instrumenten. In relatief korte tijd wordt zo helder welke problemen zich op welke termijn zullen voordoen. Daarmee ontstaat een urgentiebesef bij betrokkenen. Wanneer duidelijk wordt wie in de betreffende regio als eigenaren van het probleem kunnen worden beschouwd, is er ook zicht op de partijen die kunnen werken aan oplossingen. Daarbij moet je niet alleen denken aan onderwijsinstellingen; ook het bedrijfsleven en gemeenten zijn belangrijke spelers. Vervolgens is het van belang om oplossingsrichtingen te verkennen en scenario’s te ontwikkelen.”

Concrete plannen

Pas daarná is het tijd voor de uitwerking van concrete plannen. En die concretisering blijkt niet altijd eenvoudig. Bestaande wet- en regelgeving kan een belemmering zijn, evenals de financiering. Van Beekveld & Terpstra kan betrokkenen ook daarbij ondersteunen. “Wij zijn in staat om bij overheden deuren te openen, zodat wet- en regelgeving niet op voorhand een belemmering vormt voor – vaak ongebruikelijke – oplossingen.” Bovendien helpt Van Beekveld & Terpstra bij de verwerving van subsidies.

Hoofddoel

B&T heeft inmiddels uitgebreide ervaring met de krimpproblematiek en strategieën om hiermee om te gaan. Hoewel de problematiek verschilt van regio tot regio en ook de aanpak varieert, hanteert het bureau voor alle regio’s hetzelfde doel: ervoor zorgen dat de regio over tien jaar nog steeds een breed aanbod van uitstekende onderwijsvoorzieningen heeft.

Meer informatie

Hans Sandtke of een van zijn collega’s van B&T vertelt u graag meer over de kansen en bedreigingen van krimp voor uw school of bestuur. Aarzel niet om contact  op te nemen. Het is nog niet te laat!

Heeft u een vraag? Neem gerust contact met ons op:

Hans Sandtke

senior adviseur en partner

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.