Heeft het (V)SO als sector een toekomst?

Kansen en uitdagingen voor het speciaal onderwijs

 -  Martine Fuite, Mark Ackermans  -  Overig

Het (voortgezet) speciaal onderwijs heeft de eerste veranderingen als gevolg van Passend Onderwijs doorstaan, maar staat nog steeds voor grote uitdagingen. Zowel op de korte als lange termijn. De functie van het (V)SO – ondersteuning van kwetsbare kinderen – staat hierbij niet ter discussie. Wél ter discussie staat de positie van het (V)SO als deelsector binnen het onderwijs. Het is goed om juist nu – nu er nog sprake lijkt van iets van een sector – naar de toekomst van het (V)SO te kijken.

Als je de betekenis van het begrip sector opzoekt krijg je iets als ‘een economische afdeling’ of ‘organisaties met een vergelijkbare maatschappelijke functie’. Natuurlijk komen ‘deel van een magneetband’ of ‘punt uit een cirkel’ regelmatig voor, maar in dit betoog zijn die definities minder relevant. Belangrijke kwalitatieve vraag is: wanneer noemen we ‘een economische afdeling’ of ‘organisaties met een vergelijkbare maatschappelijke functie’ een sector?

Bij een sector is er veelal sprake van:

  • een gemeenschappelijke, eigen belangenbehartiging;
  • een eigen en afzonderlijke cao;
  • een gemeenschappelijke opdracht, waarop de samenstellende organisaties zich laten aanspreken;
  • een gedeeld belang waarover de samenstellende organisaties samen afstemmen;
  • een branchekeurmerk om de kwaliteit van de sector hoog te houden.

Op basis van deze criteria kunnen we het onderwijs als geheel beschouwen als een sector.    .

Is het (V)SO dan een sector? Nou nee, niet echt …

Veel van de genoemde kenmerken gaan niet op voor het (V)SO. Niet alleen verschillen (V)SO-besturen aanzienlijk, zij hebben binnen de regio’s Passend Onderwijs vaak ook niet dezelfde belangen. Het (V)SO heeft LECSO als belangenbehartiger, maar LECSO is bestuurlijk ondergebracht bij de PO-Raad die zijn belang, samen met dat van alle reguliere basisscholen in Nederland, behartigt. Bovendien valt het volledige (V)SO onder de cao PO en ontbreken dus eigen collectieve afspraken. Een aantal jaar geleden is een start gemaakt met het in beeld brengen van de kwaliteit via de Kwaliteitsnorm (V)SO van LECSO. Het deelnamepercentage hieraan is echter nog gering.

Vanuit deze kenmerken geredeneerd is er weinig reden om het (V)SO als sector te beschouwen. We zouden het (V)SO hooguit een deelsector kunnen noemen, zoals ook bijvoorbeeld het PO en het VO. Een reden om het (V)SO wel als sector te bestempelen is het unieke maatschappelijk belang dat het (V)SO dient: het onderwijs en de ondersteuning aan leerlingen die meer nodig hebben dan het regulier onderwijs kan bieden.

Als we dan het maatschappelijk belang van het (V)SO, omwille van het argument, als voldoende reden zien om het (V)SO als sector te beschouwen: hoe staat de sector er dan voor?

De staat van het (V)SO

Een jaar na de invoering van Passend Onderwijs kan het (V)SO terugkijken op een ingrijpende periode. De gevolgen van Passend Onderwijs op (V)SO-scholen en -besturen zijn per regio uiteraard verschillend, maar hebben in veel regio’s tot beweging geleid.

Ondertussen stemmen de feiten over de staat van het (V)SO niet tot optimisme. Slechts 20 procent van de SO leerlingen stroomt uit naar het regulier VO. En eenmaal in het VSO stroomt slechts 4 procent van de leerlingen terug naar het reguliere VO. Het personeelsbestand is daarbij relatief oud, het ziekteverzuim relatief hoog en het aantal parttime medewerkers lijkt alleen maar te groeien.

Aanvullend heeft het (V)SO – goede voorbeelden daargelaten – de neiging uit te gaan van de onderlinge verschillen. Vanuit de clusters zijn we gewend de verschillen te benadrukken. Ook binnen de regio’s Passend Onderwijs treedt het (V)SO te vaak nog niet als eenheid op. Ondanks dat het (V)SO in alle regio’s uiteraard in ondertal is. Want een probleem of een kans voor de een is niet per se een probleem of een kans voor de ander.

Het is een uitgangssituatie waarin we nog ver verwijderd zijn van een sector die zelf kansen maakt, samenwerking creëert en het beste uit zich zelf naar boven haalt t.b.v. de leerlingen. Dit ondanks alle goede intenties en inspanningen.

Is er een toekomst?

Vanuit de geschetste uitgangspositie ziet het (V)SO zich voor een aantal uitdagingen geplaatst:

  • Een kwaliteitsslag is noodzakelijk om de meerwaarde van het onderwijs en de ondersteuning inzichtelijk te maken en meer aansluiting bij het regulier onderwijs te vinden.
  • De nieuwe cao PO vraagt veel van (V)SO-scholen en -besturen op het gebied van personeelsplanning, duurzame inzetbaarheid, taakbeleid en werkdruk en professionalisering.
  • De voor 2019 geplande ontvlechting van het SO en VSO, en de bijbehorende invlechting in het PO en VO, heeft grote gevolgen voor zowel de onderwijsinhoud als de bedrijfsvoering van scholen en besturen.
  • Passend onderwijs en de gevolgen hiervan op korte en lange termijn, waarbij er steeds minder behoefte zal zijn aan cluster 4-onderwijs.

Het (V)SO staat dus nog steeds voor de uitdaging om een kwaliteitsslag te maken. Dit is – ondanks de prestaties in de achterliggende jaren – geen sine cure, want:

  • De kwaliteitsslag vraagt om impactvollere kwaliteitszorg, meer opbrengstgericht werken en het zichtbaar maken van de meerwaarde van het onderwijs en de ondersteuning. Een proactief verhaal vanuit de sector over hoe naar de opbrengsten van het onderwijs gekeken kan worden, ondersteunt scholen en besturen in hun eigen analyse en verbeterslag.
  • Om deze kwaliteitsslag te kunnen maken, is vitaliteit nodig. Vitaliteit van medewerkers, op alle niveaus, en van de sector als geheel.
  • Ook het aantrekken van nieuw geschikt personeel zal een noodzakelijk thema zijn, met een specifieke arbeidsmarktbenadering om de juiste mensen binnen te krijgen.
  • Strategisch hrm is vervolgens nodig om nieuw personeel ook blijvend te boeien en te binden.
  • Leidinggevend potentieel moet ondertussen snel worden klaargestoomd voor de nieuwe vormen van leiderschap waar de uitdagingen om vragen. Gericht naar buiten, op samenwerking.

Dit kan alleen slagen als er intensief wordt samengewerkt. Besturen moeten hun onderlinge verschillen opzij zetten om een gezamenlijke agenda binnen de regio te formuleren, zodat zij binnen de samenwerkingsverbanden voldoende bestuurlijke slagkracht hebben en niet tegen elkaar uitgespeeld kunnen worden. Ook op het gebied van arbeidsmarktbenadering, professionalisering en daarmee samengaand het vergroten van vitaliteit, is gemeenschappelijk meer te winnen dan te verliezen.

Wil het (V)SO over tien jaar nog relevantie als sector hebben, dan is een degelijke koersverandering nodig. Maar als voortbestaan van de sector (V)SO geen doel op zich is, zullen we met alle aandacht en energie moeten kijken naar en sturen op een goede en volledige invlechting in het regulier onderwijs.

Nieuwe editie (V)SO in beeld

(V)SO in beeld geeft een overzicht van de stand van zaken en ontwikkelingen op het gebied van leerlingen en medewerkers binnen de sector (V)SO. (V)SO in beeld stelt scholen en besturen in staat ontwikkelingen binnen hun organisatie te duiden en beter op toekomstige ontwikkelingen te anticiperen.

In gesprek

Wilt u met ons eens doorpraten over de toekomst van het (V)SO, en uw eigen positie in het bijzonder? Neem gerust contact op met een van de auteurs. Hun contactgegevens vindt u elders op deze pagina.

Heeft u een vraag? Neem gerust contact met ons op:

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.