De essentie van tevredenheids­onderzoek in het onderwijs

Een impuls voor het werken aan kwaliteitscultuur

Tevredenheidsonderzoek biedt onderwijsbesturen zicht op de (ontwikkeling van) scholen en belangrijke sturingsinformatie over de realisatie van het strategisch beleid. De wijze waarop een bestuur het onderzoeksproces inricht, bepaalt daarnaast de mate waarin het onderzoek een impuls geeft aan de dialoog over de kwaliteit van het onderwijs. Daarmee krijgt tevredenheidsonderzoek een nadrukkelijke plek in het kwaliteitsgebied '(Be)sturing, kwaliteitszorg en ambitie' uit het onderzoekskader van de inspectie. Door vooraf de juiste inrichtingsvragen te stellen, kan tevredenheidsonderzoek een waardevolle bijdrage leveren aan de kwaliteitscultuur binnen uw organisatie.

Sinds 2017 heeft het schoolbestuur een prominentere plek in het extern toezicht op het onderwijs. Met de aanpassing van het onderzoekskader van de inspectie in augustus 2021 krijgt ook de eigen ambitie van het bestuur en haar scholen een meer nadrukkelijke plek. De inspectie schrijft hierover in het onderzoekskader:

De inspectie beoordeelt de kwaliteit van de besturing in het kwaliteitsgebied Besturing, kwaliteitszorg en ambitie. De kern van het kwaliteitsgebied is dat het bestuur zorgt voor besturing van de onderwijskwaliteit op de scholen en voor een goede organisatie en kwaliteitscultuur. Uit het oordeel op dit kwaliteitsgebied blijkt of het bestuur in staat is om met zijn (be)sturing de kwaliteit en het financieel beheer van het onderwijs op de scholen te waarborgen en verder te ontwikkelen.

De kwaliteitscultuur binnen een bestuur en op de individuele scholen is hiermee een belangrijk aspect binnen het inspectietoezicht geworden.

De juiste informatie

Uitvoering van een tevredenheidsonderzoek onder leerlingen, ouders, medewerkers en leidinggevenden is een belangrijk middel voor bestuur en scholen om zicht te krijgen op hun kwaliteitsbeleving. Daarmee vormt dit type onderzoek een essentiële bron van informatie binnen het kwaliteitsgebied Besturing, kwaliteitszorg en ambitie. Het gaat hierbij nadrukkelijk om de kwaliteitsbeleving van deze groepen, en deze kan dus ook verschillen. Ouders hebben vaak een ander beeld van het onderwijs en de school dan medewerkers, en dan leerlingen of leidinggevenden. Onderzoek in een 360˚ perspectief is belangrijk om deze verschillen in beleving inzichtelijk en bespreekbaar te maken.

Strategisch beleid

Om te zorgen dat het onderzoek daadwerkelijk de juiste informatie oplevert, is het verstandig om vooraf stil te staan bij de vraag waar het bestuur precies zicht op wil krijgen. Gaat het voornamelijk om (de ontwikkeling van) de scholen? Of (ook) om de realisatie van strategisch beleid op de scholen? Het is gebruikelijk om enerzijds een aantal standaardvragen aan de betrokkenen te stellen om de scholen te vergelijken met elkaar en met het landelijk gemiddelde. Hierbij kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van de vragenset Vensters voor Verantwoording. Daarin zijn ook vragen over sociale veiligheid van leerlingen opgenomen, waarmee scholen voldoen aan de monitoringsverplichting Sociale Veiligheid. Anderzijds voegen steeds meer besturen bestuursspecifieke vragen aan de vragenlijsten toe om tevens zicht te krijgen op de realisatie van het strategisch beleid op de verschillende scholen. Daarnaast zien we een steeds grotere behoefte om ook zicht te houden op de tevredenheid van medewerkers op het bestuursbureau. Zo ontstaat een totaalbeeld van de kwaliteitsbeleving binnen de stichting.

Het gesprek over kwaliteit

In de voorbereiding op een tevredenheidsonderzoek gaat het niet alleen om de data die het onderzoek oplevert, maar nadrukkelijk ook om de wijze waarop het onderzoeksproces is ingericht. Keuzes die u hierover vooraf maakt, bijvoorbeeld over de plek waar de duiding en analyse van het onderzoek plaatsvindt, hebben effect op de dialoog en de beweging die op basis hiervan tot stand komt. Wanneer de analyse van de resultaten op schoolniveau plaatsvindt, samen met het team (en bij voorkeur de ouders), leidt dit tot een rijke impuls aan de dialoog over onderwijs- en schoolontwikkeling. Om te garanderen dat elke school het onderzoek op de juiste manier benut, maken daarom steeds meer besturen concrete afspraken over deze analyse. Uitwisseling tussen schoolleiders naar aanleiding van de analyses draagt vervolgens bij aan inhoudelijke samenwerking tussen scholen. Duiding en analyse op het niveau van het bestuur(sbureau) leidt tot meer fundamenteel inzicht in de kwaliteitsbeleving op de verschillende scholen en de realisatie van het strategisch beleid. Ook draagt het bij aan effectief bestuur.

Tips bij tevredenheidsonderzoek

B&T heeft ruime ervaring met het organiseren van tevredenheidsonderzoeken en werkt samen met bestuurders en stafbureaus om met dit type onderzoek optimale meerwaarde te bieden binnen het herziene onderzoekskader van de inspectie. Om tevredenheidsonderzoek effectief in te zetten als impuls voor de kwaliteitscultuur, is het volgende van belang: 

  • Door het tevredenheidsonderzoek in te zetten als monitor van het strategisch beleidsplan krijgt het bestuur zicht op de wijze waarop haar visie op kwaliteit, haar ambities en doelen worden gerealiseerd (BKA1).
  • Door scholen de ruimte te bieden om eigen vragen aan het onderzoek toe te voegen, krijgen scholen en besturen zicht op de wijze waarop de school haar gedragen visie op goed onderwijs en bijbehorende ambities en doelen realiseert. Deze eigen vragen dienen dan ook een plek te krijgen in de dialoog en verantwoordingsfase van het onderzoek (SKA1).
  • Niet alleen de cijfermatige gegevens maar ook de toon en taal die betrokkenen hanteren bij de open vragen in het onderzoek geven belangrijke informatie over de mate waarin op de scholen sprake is van een kwaliteitscultuur (SKA2). Daarmee vormt het tevredenheidsonderzoek een aanvullende (onafhankelijke) bron voor bestuurders, naast de informatie die zij ontvangen via de directeuren.
  • Denk vooraf goed na over:
    • de inrichting van het onderzoeksproces;
    • waar (in dialoog) de duiding en analyse van de gegevens plaatsvindt;
    • hoe en aan wie je je verantwoordt over zowel de conclusies en acties als het onderzoeksproces, zowel op bestuurlijk als op schoolniveau (BKA3/SKA3).
  • In de standaard Uitvoering en kwaliteitscultuur (BKA2) komen diverse disciplines samen. Het gaat binnen deze standaard om goed werkgeverschap en voortdurend leren van medewerkers (HR), kwaliteitssystemen waarmee de leerlingen in beeld zijn en er zichtbaar gehandeld wordt aan de hand van deze kennis (kwaliteitszorg), en om financieel transparant en integer bestuur (financiën). Samenwerking van alle (staf)medewerkers in deze disciplines is daarmee belangrijk geworden. Steeds meer besturen voeren daarom een tevredenheidsonderzoek onder stafmedewerkers uit. Dit geeft hen inzicht in de wijze waarop er binnen het stafbureau sprake is van een goede en functionele samenwerking (structuur en cultuur).

Handig hulpmiddel

B&T heeft een zogenoemde ‘praatplaat’ gemaakt over de dynamiek van tevredenheidsonderzoeken. Deze helpt u vooraf de juiste inrichtingsvragen te stellen, zodat het onderzoek daadwerkelijk een goede bijdrage kan leveren aan de kwaliteitscultuur binnen uw organisatie. U kunt de praatplaat gratis downloaden via onderstaande button.

Heeft u een vraag? Neem gerust contact met ons op:

Martine Fuite

operationeel directeur en senior adviseur

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.